(Klik hier voor het artikel in het Engels)
Iedereen kent wel dat advies: ‘Laat een hond niet zien dat je bang bent, anders bijt hij je.’ Het idee dat honden angst kunnen ruiken en bange mensen aanvallen, zit diep in onze cultuur verweven. Maar klopt dat eigenlijk wel? Uit onderzoek komt iets heel anders naar voren: niet hun angst, maar hun gedrag is meestal de reden dat het misgaat tussen mens en hond.
1. Ruiken honden angst, en wat doen ze daarmee?
Ja, honden kunnen ruiken of iemand bang is. Dat komt door chemische stofjes die je afgeeft via zweet. In experimenten kregen honden zweet te ruiken van mensen die bang waren, en zweet van mensen die neutraal of blij waren. Honden merkten duidelijk verschil, maar reageerden niet zoals je zou verwachten.
Als een hond angst ruikt, wordt hij juist voorzichtig en terughoudend. Hij stormt niet op de bange persoon af, maar doet het tegenovergestelde: hij nadert langzamer, blijft dicht bij zijn baasje en trekt zich juist eerder terug.
Kortom: een hond die angst ruikt, denkt niet ‘aanvallen maar’, maar juist ‘voorzichtig aan’. Hij wordt zelf een beetje onzeker en zoekt steun bij mensen die hij vertrouwt. Dat is het tegenovergestelde van agressief gedrag. Het idee dat bange mensen meer kans hebben om gebeten te worden, klopt dus simpelweg niet.
2. Hoe honden echt met mensen omgaan
Om het gedrag van honden te begrijpen, moet je verder kijken dan het lab. Onderzoekers keken naar zwerfhonden in Indiase steden, waar honden allerlei soorten mensen tegenkomen: aardige mensen die ze voeren en aaien, maar ook mensen die ze wegjagen of bedreigen. Wat bleek? Honden zijn hier heel goed in het inschatten van mensen.
Als iemand ze vriendelijk benaderde, liepen de honden gewoon mee; even een pauze, flink kwispelen, en verder vrolijk en sociaal. Maar als diezelfde persoon bedreigend overkwam – bijvoorbeeld met een stok in de hand – dan sloeg de stemming meteen om. De honden werden zichtbaar angstig, hielden afstand en kwamen amper dichterbij, zelfs niet als er later eten werd aangeboden.
Uit ander onderzoek onder honden, waarbij bijna tweeduizend waarnemingen werden gedaan, bleek dat straathonden het grootste deel van de dag eigenlijk niks doen. Ze liggen of hangen wat rond. Slechts in 14% van de tijd was er sprake van enig contact of geblaf. En als er interactie met mensen was, dan ging het bijna altijd om onderdanig gedrag of bedelen, nooit om agressie.
Honden onthouden ook heel goed wie aardig voor ze is. In een experiment stonden twee onbekende vrouwen naast elkaar, maar alleen één van hen gaf eten en aaide de hond. Na maar vier korte ontmoetingen kozen de honden steevast voor de vrouw die iets te bieden had – ze kwamen kwispelend dichterbij – zelfs op dagen dat ze geen eten bij zich had.
En misschien wel het belangrijkste: meestal zijn het de mensen die het initiatief nemen, of het nu vriendelijk is of vijandig. Mensen voeren, aaien, jagen weg of bedreigen, en honden reageren daar meestal alleen maar op, met toenadering, bedelen of weglopen. Honden zoeken mensen op die aardig zijn en vermijden mensen die dreigend overkomen. Of iemand zelf bang is, maakt daarbij niet uit.
3. Waarom bijten honden dan wel?
Het antwoord is dat de meeste beten voortkomen uit stress of angst bij de hond zelf. En ze zijn meestal te voorkomen, als je op tijd de signalen herkent en de situatie aanpast.
Grommen, blaffen, opgetrokken lippen, een stijf lijf, ontblote tanden; allemaal tekenen dat een hond zelf bang is, niet dat hij angst bij een ander ruikt. Denk aan een hond die ineenkrimpt, de oren en staart laat zakken, en gromt of hapt zodra iemand hem aanraakt: dat is pure zelfverdediging. In asielen zie je vaak dat honden die als ‘agressief’ worden bestempeld eigenlijk gewoon angstige dieren zijn in een stressvolle omgeving. Haal die stress weg, en het ‘agressieve’ gedrag verdwijnt vaak vanzelf.
Eén hap wanneer een hond in het nauw zit, pijn heeft, of gepest wordt, betekent dus niet meteen dat je met een agressieve hond te maken hebt. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken:
Angst en stress. Honden reageren vaak fel als mensen dreigend dichterbij komen, hen in het nauw drijven of omsingelen, zeker in kleine ruimtes of op hun rustplek. Dit wordt vaak onterecht gezien als ‘zomaar’ agressief.
Mishandeling. Honden die in het verleden mishandeld zijn, zijn banger voor vreemden en reageren daardoor sneller defensief.
Een chaotische omgeving. In asielen gaan bange honden vaak ‘de fout in’ bij agressietests, terwijl ze eigenlijk niet structureel agressief zijn. Een beetje rustig, positief contact met mensen helpt hier al enorm.
Fouten van de baas. Onvoorspelbaar straffen en slechte communicatie maken angstig gedrag erger.
Bezitsdrang. Honden die onzeker zijn over hun spullen (eten, speeltjes, plek) kunnen die fel verdedigen.
Pijn en gezondheidsklachten. Vaak zit er een medische oorzaak achter de ‘agressie’.
4. Hoe voorkom je hondenbeten?
De oplossing zit in het wegnemen van de oorzaak, niet in het straffen of wegdoen van de hond. Wat helpt echt:
Rustige plekken om te eten en te rusten. Minder drukte en minder concurrentie om eten zorgt voor minder bezitsdrang en frustratie, twee bekende oorzaken van bijtincidenten. Zorg voor genoeg ruimte, weg van de drukte, en houd het schoon zodat het geen andere dieren aantrekt.
Goede medische zorg. Pijn, ziekte en hormonen spelen vaak een rol. Op tijd vaccineren, steriliseren en checken bij de dierenarts pakt dit bij de bron aan.
Positief contact tussen mens en hond. Rustig en voorspelbaar gedrag van mensen vermindert stress bij honden merkbaar.
Voorlichting. Leer mensen dat waarschuwingssignalen een verzoek om ruimte zijn, geen voorbode van een aanval. Maak geen plotselinge bewegingen, drijf een hond nooit in het nauw, en onthoud dat grommen en blaffen vormen van communicatie zijn, geen agressie. Leer kinderen om ‘stil te staan als een boom’ als een dier op ze afkomt, en houd altijd toezicht. Ouderen kunnen het beste uit de buurt blijven van plekken waar honden eten of rusten.
Tot slot
Het idee dat honden angst ruiken en daarom bange mensen aanvallen, is niet alleen onjuist, maar ook nog eens schadelijk. Het legt de schuld bij het slachtoffer, terwijl het ons vrijpleit van ons eigen bedreigende gedrag. De werkelijkheid is anders: honden lezen ons gedrag heel goed. Ze komen naar ons toe als we aardig en vriendelijk zijn, en verdedigen zichzelf als we ons bedreigend gedragen.
De meeste beten hebben dus niets met agressie te maken. Het zijn wanhopige signalen van een bang dier dat om ruimte vraagt. Als we dat eenmaal snappen, is voorkomen simpel. Geef honden een veilige plek om te eten en te rusten, zorg voor goede medische zorg, val ze niet lastig en leer mensen op tijd de signalen te herkennen.
Het voorkomen van hondenbeten ligt dus grotendeels in onze eigen handen, niet in het verbergen van onze angst. Tijd om die verantwoordelijkheid te nemen, voor honden én mensen.
BHARCS