(Klik hier voor het artikel in het Engels)
De rechter vroeg of je kunt weten wat er in het hoofd van een hond omgaat en dus kunt voorspellen dat hij gaat bijten, want voorkomen is immers beter dan genezen. Dat vinden wij ook. Maar preventie moet een wetenschappelijk basis hebben en niet reactief zijn. Impulsieve reacties, ingegeven door angst of aannames, vergroten juist het risico.
Nee, je kunt niet in het hoofd van een hond kijken, net zomin als in dat van een ander mens. Maar conflicten worden niet voorkomen door gedachten te lezen. Of het nu gaat om huisdieren, vrij levende honden, wilde dieren, of zelfs conflicten tussen mensen: preventie werkt door de omstandigheden die risico creëren te begrijpen en die omstandigheden systematisch te verminderen. Dát is wat preventie werkelijk betekent.
Honden bijten niet zonder aanleiding
Anders dan mensen handelen honden niet uit kwade opzet of met verborgen bedoelingen. Uit tientallen jaren aan wetenschappelijk onderzoek naar gedrag blijkt dat defensief gedrag zoals bijten optreedt in specifieke, herkenbare situaties en niet willekeurig.
De meest voorkomende factoren bij bijtincidenten zijn:
onzekerheid over voedsel (honger of concurrentie om eten);
gezondheidsproblemen (pijn, letsel, ziekte);
chronische stress of ontregeling;
door angst gedreven defensieve reacties;
een geschiedenis van mishandeling of herhaalde negatieve interacties met mensen.
Deze factoren zijn waarneembaar, voorspelbaar en beheersbaar. Belangrijk is dat ze voortkomen uit omgevings- en sociale omstandigheden, niet uit een of andere aangeboren agressie bij vrij levende honden.
Wat preventie in de praktijk betekent
Omdat hondengedrag wordt bepaald door de context, houdt preventie in dat je de omstandigheden aanpast, niet dat je dieren verwijdert.
Voor vrij levende honden kunnen eenvoudige, wetenschappelijk onderbouwde maatregelen stress en conflicten aanzienlijk verminderen:
zorg voor voldoende voedsel door regelmatig te voeren;
voer op rustige, voorspelbare plekken;
steriliseer honden om hormonale stress en ontregeling te verminderen;
bied rustplekken (jute zakken, lappen, enz.) weg van drukke looproutes;
voorkom en ontmoedig dierenmishandeling;
voer in kleine, verspreide groepjes om concurrentie te beperken;
bied medische zorg bij pijn, letsel of ziekte;
vaccineer om gedragsveranderingen door ziekte te voorkomen;
zorg voor geleidelijke socialisatie bij honden met een trauma;
bevorder veilig menselijk gedrag, zoals het vermijden van dieren die aan het eten, slapen of ziek zijn, of van zogende moederhonden.
Achter voertuigen aanrennen is voorspelbaar... en te voorkomen
Het achter voertuigen aanrennen, wordt vaak als agressie geïnterpreteerd, maar dit gedrag komt meestal voort uit twee begrijpelijke oorzaken:
Het kan aangeleerd defensief gedrag zijn. De hond associeert voertuigen met eerder aan hemzelf of andere honden toegebracht leed. Honden leren namelijk door te observeren.
Het kan een territoriale reactie zijn. Honden hebben zich naast mensen ontwikkeld als een soort wachters van de gemeenschap, en snelle beweging wordt vaak geassocieerd met diefstal of inbraak.
Effectieve preventie omvat:
honden voeren uit de buurt van wegen;
rustplekken aanbieden weg van verkeersbewegingen;
verkeersdrempels en andere snelheidsremmende maatregelen aanleggen, die overigens ook de veiligheid van voetgangers en kinderen ten goede komen;
ten minste één maaltijd ’s avonds aanbieden om rust te bevorderen;
het publiek voorlichten om langzamer te rijden in woonwijken met honden, voetgangers en kinderen.
Een goed gevoede, uitgeruste hond vertoont veel minder snel rusteloos of defensief gedrag.
Waarom verwijderen de zaak juist verergert
Het verwijderen van honden voorkomt geen conflicten, het verergert ze juist.
Bij vangacties zijn het meestal de vriendelijkste, sociaalste honden die zich als eerste laten vangen. De honden die achterblijven zijn banger en zien wat er gebeurt, waardoor ze leren mensen met gevaar te associëren. Honden leren immers door te observeren.
Verwijderen leidt ook tot een terugslag. Onderzoek heeft uitgewezen dat verlaten territoria al snel worden ingenomen door nieuwe honden, meestal niet gevaccineerd, niet gesocialiseerd en vaak in grotere aantallen. Dat brengt juist stress, instabiliteit, concurrentie en verwarring onder deze nieuwe honden met zich mee, en daarmee het risico op bijtincidenten.
Ook het ontmoedigen van voeren of veel honden gedwongen op één plek laten eten, vergroot de concurrentie en ontregeling. Honger creëert geen veiligheid. Stabiliteit wel.
Een verhelderende vergelijking: verantwoordelijkheid zonder gedachten te lezen
Een nuttig vergelijkend voorbeeld verduidelijkt hoe wetenschappelijke preventie eruitziet. In Nepal wordt bij onderzoek van een verkeersongeval waarbij een dier betrokken was niet uitgegaan van de vraag of een dier ‘plotseling opdook’. In plaats daarvan wordt eerst gekeken of de mens zijn verantwoordelijkheid op de weg heeft genomen.
Verkeerspolitie en rechters beoordelen snelheid, remafstand, rijgedrag, zichtbaarheid en voertuigbeheersing. Als ook maar aan één van deze normen niet is voldaan, ligt de verantwoordelijkheid bij de bestuurder. De aanwezigheid van een hond, koe of kat op de weg ontslaat een automobilist niet van aansprakelijkheid.
Het principe is eenvoudig: bestuurders worden geacht te anticiperen op te verwachten obstakels, dieren inbegrepen. Preventie ligt in verantwoordelijk gedrag en fysieke inrichting, niet in het verwijderen van dieren uit gedeelde ruimtes.
Waarom voeren en rust conflicten verminderen
Een hond met een volle maag is niet rusteloos. Goede voeding bevordert slaap, en slaap ondersteunt een gezond zenuwstelsel. Honden hebben 12 tot 16 uur slaap per dag nodig en zijn crepusculair; dat wil zeggen dat ze vooral actief zijn bij zonsopgang en zonsondergang (Coppinger & Coppinger, 2001).
Zoals etholoog Raymond Coppinger opmerkte, hebben wolven zich ontwikkeld om lange afstanden af te leggen op zoek naar prooi, terwijl honden zich juist hebben ontwikkeld om op één plek te blijven en te wachten tot het voedsel naar hen toekomt. Honden zijn geen roofdieren, maar opportunisten die liever aas eten en bedelen om hun hapje.’
Wanneer honden voedsel en rustplekken aangeboden krijgen, worden ze minder rusteloos, kunnen ze ontspannen na stressvolle situaties en tot rust komen, en dat verkleint het bijtrisico. Als ze ’s nachts een veilige slaapplek hebben, zullen ze ’s nachts minder blaffen en niet zo snel achter voertuigen aan gaan. Voedsel en rust zijn eenvoudige, maar krachtige middelen om conflicten te verminderen en de veiligheid en het comfort te verbeteren van mensen die met de honden in hun buurt samenleven.
Vrij levende honden in de wijk concurreren bovendien met andere aaseters zoals knaagdieren en dragen zo indirect bij aan de volksgezondheid en ongediertebestrijding.
Preventie door begrip, niet door angst
Om hondenbeten te voorkomen, hoef je geen gedachten te lezen. Je moet gedrag begrijpen.
Wanneer het beleid gestuurd wordt door angst en bestaat uit verwijdering of straf, destabiliseert dat de omgeving en verhoogt het de risico’s. Wanneer het bestaat uit vaccinatie, sterilisatie, voorlichting, vaste voerroutines, rust en een vriendelijke manier van samenleven, vermindert het conflicten.
Stabiele, gezonde en sociaal geïntegreerde hondenpopulaties zijn veiligere populaties, voor mens én dier.
Voorkomen is inderdaad beter dan genezen. Maar alleen als die preventie wordt gebaseerd op bewijs, niet op aannames. Wanneer je hondengedrag begrijpt, kun je niet alleen conflicten voorkomen, maar de aanwezigheid van honden ten goede laten komen aan de gemeenschap.
BHARCS